Vertrouwen

‘Ik heb geen vertrouwen in het paard.’ of ‘Ik kan het alleen als ik vertrouwen heb.’ Hoor je dat jezelf of een ander wel eens zeggen? Ik hoor het best vaak; van ruiters, die al lang niet meer op hun paard hebben gereden of bij schrikachtige paarden. Of van ruiters, die zich onzeker voelen of het paard nog niet zo goed kennen.

Echter gaat het niet om het vertrouwen in je paard. Het gaat om het vertrouwen in jezelf. Dat is even een mindswitch, die je mag gaan maken. Een paard is namelijk een paard, en zal reageren als een paard. Het is vluchtdier en zal reageren vanuit zijn natuur. Dit is een ding dat zeker is. Iets waar je altijd op kan rekenen.

Even een kleine disclaimer: Ik ga er vanuit dat je zelf goed kan inschatten of een situatie of paard of de combinatie van beiden gevaarlijk is. Ik wil uiteraard niet dat je overmoedig in situaties stapt, waarin je dat niet zou moeten doen. Of dat je in 1 klap over je grenzen heen gaat. Daar heeft niemand wat aan: jij niet, het paard niet en de rest van de wereld ook niet.

Het gaat om de momenten waarop je merkt dat je bepaalde dingen uit de weggaat. Situaties die je vermijdt, die je eigenlijk wel graag zou willen meemaken. Een voorbeeld hiervan is: op een heerlijke dag NIET in de buitenbaan gaan rijden, omdat de koeien net worden losgelaten en jouw paard daar altijd van schrikt… Of niet durven aangalopperen, omdat je er vaak bent afgevallen in de galop. Of niet gaan rijden of in een andere rijbaan omdat die ene enge combinatie daar rond rijdt.

Wat is (zelf-)vertrouwen?

Zelfvertrouwen is het vertrouwen dat je in of op jezelf hebt. Het is het vertrouwen dat je op eigen krachten taken en mogelijke hinderpalen aan kan (van Dale, 2003).

Zelfvertrouwen gaat ook over of je realistische kijk hebt op je eigen mogelijkheden. Dit betekent dat je je capaciteiten niet onder-, maar ook niet overschat. En dat je niet gefrustreerd raakt over de dingen die je (nog) niet kunt. 

Je voelt je verantwoordelijk voor je eigen successen en tegenvallers in het leven.

Vertrouwen in jezelf gaat over een stukje zelfvertrouwen, maar ook het vertrouwen hebben dat je nieuwe dingen kunt leren.

Angst

Paardrijden is een sport waar veel angst in voorkomt. De volgende angsten kunnen je in je prestatie belemmeren:

  • angst om te vallen
  • angst om controle te verliezen
  • angst om los te laten
  • angst om je over te geven aan de beweging
  • angst om je over te geven aan het paard

Als deze angsten de overhand nemen, zie je de volgende kenmerken terug in het rijden;

  • Spanning in het lijf,
  • Controle proberen te houden met de teugels,
  • Met de dijbenen knijpen
  • Té hard je best willen doen
  • Stoppen met rijden (al dan niet tijdens het rijden of helemaal niet meer opstappen)
  • Forceren
  • Teveel denken en daardoor het niet durven loslaten van spieren en gedachten
  • Re-actief rijden inplaats van actief rijden

Angst komt voort uit ons grottenbrein. Het brein van de mens is van nature niet zo positief ingesteld. In de pre-historie hadden we dit namelijk nodig om te overleven. De pre-historische mens maakte continu de afweging tussen voedsel of veiligheid.om. ‘Ga ik nu uit de veilige grot te gaan om eten te zoeken en loop ik het risico om die gevaarlijke mammoet tegen te komen?’ of ‘Blijf ik binnen in mijn veilige grot, zonder eten?’ Het verstand maakte continu een risico-analyse om te overleven.

Anno nu betekent dit dat ons brein nog steeds deze afweging maakt. Echter zijn de gevaren in het dagelijks leven nu niet meer zo levensbedreigend. Ons brein werkt net zoals in de pre-historie. Het leven is nu goed en over het algemeen veilig. Dit heeft tot effect dat we angsten ervaren, overtuigingen hebben en tegen blokkades aanlopen, omdat het brein ons beschermt tegen die Mammoet, die nu alleen nog maar in het Naturalis staat.

Angst heeft verschillende vormen en kan je op verschillende manieren ervaren.

  • Cognitieve angst: deze bestaat uit gedachten, gevoelens, overtuigingen.
  • Somatische angst: dit zijn de lichamelijke sensaties van angst, zoals: het voelen van hartkloppingen, zweethanden en verhoogde ademhaling.

Soms komen de bewuste gedachten eerst, soms komt de fysieke reactie eerst. Het lichaam en het hoofd maken zich klaar voor actie: bevriezen, vluchten of vechten.

Angst is niet slecht. Angst zorgt ervoor dat we niet boven een klif staan met onze tenen over de rand en dan gaan springen (de extreme thrill seekers daar gelaten). Angst is er om je te beschermen. Echter beperkt angst je vaak. Het houdt je tegen om te shinen op je volle potentie. Het houdt je tegen om te genieten, om het leven te leven zoals je misschien zou willen en om de dingen te doen die je het liefste willen doen. Het is goed om naar angst te luisteren, maar niet door angst je richting te laten bepalen.

Laat jij je pad bepalen door de angst?

Jouw brein praat, net als de mijne, waarschijnlijk de hele dag tegen je. Je hoofd heeft misschien wel een mening over alles en iedereen, inclusief jezelf. In ieder geval heeft mijn brein dat, en dat houdt me tegen. Ik ben namelijk vreselijk bang voor de mening van anderen: ‘Wat zullen anderen wel niet denken, als ik aan het vloggen ben?’ ‘Wat als ze erachter komen dat ik eigenlijk niet weet waar ik het over heb?’ ‘Wat als blijkt dat het niet werkt?’ ‘Straks val ik door de mand.’

Mijn verstand vergelijkt mezelf ook graag met anderen. Het heeft een mening over mijn eigen kunnen en denkt vaak dat ik niks kan, niet goed genoeg ben en dat wat ik doe helemaal nergens opslaat. Misschien herken je jezelf wel in deze gedachten. Of herken je bij jezelf andere gedachten. Vaak zijn het gedachten, die je niet helpen. Mijn brein is in ieder geval niet mijn grootste cheerleader. Sterker nog het is mijn grootste criticus en maakt daarbij géén gebruik van een positieve feedback methode.

We hebben ook allemaal strategieën om onszelf te beschermen en niet bloot te hoeven stellen aan ‘gevaarlijke’ dingen. Je hoofd praat het goed, of maakt de wereld mooier dan dat het is, of vertelt je dat het echt beter om het maar niet te doen en de confrontatie lekker te vermijden. Ik vermijd bepaalde situaties. Ook al weet ik dat het goed is voor mij, mijn business of mijn sportprestaties. Ik vermijd dingen die me rottigheid kunnen bezorgen, maar ook dingen die ik spannend vind. Vaak als je het toch deze dingen doet, met knikkende knieën toch springt, blijkt het mee te vallen. Je gaat niet meteen dood. Hoe vaak ik niet tegen een klant in de training zeg: doe het maar, 2 passen, misschien 3. En ja hoor, voor dat je het weet rijden ze in galop door de rijbaan. De drempel om iets te gaan doen, is vaak groter, dan de daad zelf. De gedachten, die je hebt over het ene enge ding, zijn extremer dan de werkelijkheid. Je maakt het in je hoofd veel erger en veel enger. Hierdoor wordt het een ding. Een blokkade of belemmering, die je in de weg staat om de prestatie te leveren waar je eigenlijk van droomt, of om het leven te leiden zoals je wilt.

Leefregels en overtuigingen

Bepaalde gedachten, die zich vaak herhalen worden sterke overtuigingen. Deze overtuigingen worden jouw waarheid. Om meer controle in je leven te hebben en je leven te structureren, creëer je voor jezelf leefregels. Deze leefregels helpen je soms om je leven makkelijker te maken. De keerzijde hiervan is dat het je beperkt om mooie nieuwe dingen te beleven of om nieuwe vrienden te maken of om de schoonheid van het leven om je heen te zien. Mijn leefregels zijn bijvoorbeeld dat ik niet op een vies paard mag gaan zitten. Of dat het altijd iets moet veranderen ten opzichte van de vorige keer. Dat niemand mag zien hoeveel moeite me iets kost, het vlekkeloos en soepel eruit moet zien. Dat ik er perfect uit moet zien, dan ik niet mag rondsjouwen met honderdtassen, want dat ziet er niet uit. En ga zo maar door. Deze leefregels bezorgden mij stress, ik wrong me in onmogelijke bochten om dingen voor elkaar te kregen en deed zelfs dingen niet.

Angst mag je waarschuwen vanaf de bijrijdersstoel,
maar niet aan het stuur zitten.

 

Bedenk je elke keer dat je iets neigt vermijden, dat je brein je dan probeert te waarschuwen voor mogelijk gevaar. Check of het echt gevaarlijk is. Is het echt gevaarlijk of levensbedreigend, dan luister je. Zo niet, dan staat je angst, je brein, je in de weg om een groter doel te bereiken. Om te leven naar je waarden, naar wat je echt belangrijk vindt.

Om je angsten op de bijrijdersstoel te laten zitten is het wel van belang dat je echt weet wat je belangrijk vindt. Zowel in de sport als in het leven. Het vermijden van bepaalde zaken kan heel subtiel zijn. Je brein is een goede tacticus en heeft hele goede en overtuigende argumenten. Om dan met net zo veel overtuiging dingen WEL te doen, heb je het nodig om precies te weten wat jij belangrijk vindt in je sport, je leven en je prestatie.

Hoe zorg je dat je stevig in je schoenen staat?

1. Your personal GPS

Vroeger gebruikte de mens de zon en de sterren om de weg te vinden. Later gaf het magnetische kompas die het noorden aangeeft, de mens richting en anno nu vertrouwen we blind op Global Positioning Systeem (GPS), die onze positie bepaald op basis van satellieten. De GPS helpt ons om de weg te vinden in de wereld. En wat zou het handig zijn als je net zo’n systeem zou hebben, om de weg in je leven te vinden.  

Iedereen heeft zo’n intern GPS‐systeem; namelijk onze waarden. Waarden zijn de dingen die wij echt belangrijk vinden in het leven, en daarmee geven deze ons richting in het leven. Het is dus belangrijk om stil te staan bij jouw eigen waarden, zodat je hier op kunt gaan navigeren in je leven.  

Bron: ©2014 ACT in Actie || www.actinactie.nl

Oefening: Picture your life.    

De volgende oefening kan je helpen om komende week op een natuurlijke manier stil te staan bij de dingen die waardenvol en belangrijk voor je zijn in je leven. Dit gaan we doen middels “auto‐ photography”; het foto’s maken van je eigen dagelijkse leven. De opdracht is als volgt: Maak komende week elke dag minimaal één foto van iets dat jouw leven waardenvol maakt, wat jij belangrijk vindt, wat jouw leven zin geeft. Het gaat hierbij niet om de perfecte foto, maar waar deze foto voor staat. Je hebt hier dus ook geen goede camera voor nodig; de camera op je telefoon, of zelfs een gewone wegwerpcamera zijn hier ook prima voor geschikt!   Doe dit voor een hele week (7 dagen), en probeer uiteindelijk 9 tot 12 foto’s te maken.  Zet de foto’s aan het einde van deze week vervolgens op een rij, beschrijf per foto waar deze voor staat en wat hierin zo waardenvol is voor jou. Je krijgt dan een overzicht van de dingen die jij als persoon belangrijk vindt in je leven!

Hieronder vind je 3 van mijn voorbeelden:

Waar staat deze foto voor, en wat is hierin zo waardenvol voor jou?

Dit ben ik samen met Toot, mijn pony. Deze foto staat voor mij voor sport, de mooie samenwerking met mijn paard, maar ook nieuwe uitdagingen aan gaan en je grenzen verleggen.

Waar staat deze foto voor, en wat is hierin zo waardenvol voor jou?

Hier ben ik samen met mijn dochter in de Middellandse Zee. Het in het moment zijn, samen zijn met je gezin en familie. Het genieten van de omgeving en dankbaar zijn voor wat je hebt.

Waar staat deze foto voor, en wat is hierin zo waardenvol voor jou?

Deze foto is genomen vlak na de prijsuitreiking van de eerste divisiewedstrijd carrousel. Het staat voor mij voor teamprestaties, het samen groeien en neerzetten van prachtige prestaties. Trots dat ik een bijdrage mag leveren aan de groei en ontwikkeling van deze meiden.

N.B. Een tip om het meer levendig te maken, is de foto’s ook echt af te laten drukken! Bron: Through the window of the soul:  A pilot study using photography to enhance meaning in life (Steger et al, 2014, JCBS).

Mijn kernwaarden zijn:
Openheid, Nieuwsgierig, Ambitie, Empatisch en Betrokkenheid.

Hiervoor is het nodig dat ik goed voor mezelf zorg, als ik niet goed voor mezelf zorg kan ik bovenstaande niet uitvoeren. Dit is voor mij een struikelblok, want het liefst regel en doe ik alles voor een ander en vergeet mezelf daarin.

Het goed weten wat je kernwaarden zijn maakt dat je makkelijker beslissingen kunt nemen. Past het bij je waarden? Nee, dan doe je het niet. Ja, dan is het goed. Deze beslissingen dragen bij aan een rijk en zinvol leven.

2. Altijd de controle willen behouden

Iedereen leeft naar bepaalde regels. Dit geeft gevoel van controle. Naarmate de (prestatie-)druk hoger wordt, is het moeilijker om je regels los te laten. Tenminste dat is mijn ervaring.

Voorbeelden van regels die je kan hebben zijn:
> ik moet slank zijn
> ik moet behulpzaam zijn
> ik mag niet egoïstisch zijn
> ik moet er verzorgd uitzien
> ik mag niet te laat komen
> ik moet gezond eten
> ik mag geen suiker eten
> ik moet sporten vanavond
> ik moet gezond koken
> ik moet elke week op bezoek bij mijn oma/moeder
> ik moet 8 uur slapen
> ik mag niet ziek worden
> ik moet 2x per dag mijn tandenpoetsen
> ik mag niet huilen
> ik mag niet zwak zijn
> ik moet gezellig zijn op een feestje
> ik moet goed voor mezelf zorgen

Zo zijn er ontelbare regels die je voor jezelf opstelt. Sommige komen voort uit je opvoeding, andere komen voort uit je ervaringen. En elk van deze regels heeft je ergens iets positiefs opgeleverd. Regels vergemakkelijken je leven, het structureert zaken en je er niet meer over na te denken. Echter houden we soms zo vast aan bepaalde regels dat het je tegenhoudt, beperkt of stress oplevert.

Een van mijn regels was vroeger altijd dat niemand mocht zien hoe hard ik ergens voor werkte. Mensen mochten alleen het resultaat zien. Dit zorgde ervoor dat ik me in onmogelijke bochten moest wringen om dingen ongezien gedaan te krijgen. De realisatie dat deze regel me tegenhield om op het volle van mijn kunnen te presteren, hielp me wel. Maar heel soms kom ik het nog tegen, vooral in het terughangen en terugleggen van spullen, dan denk ik nog steeds vaak: zo nou kan niemand zien dat ik iets gedaan heb. Het helpt mij om deze regel dan te doorbreken, door het express rommelig achter te laten of anders op te hangen. Zeker als ik onder hoge druk sta, kost me dat veel moeite, maar uiteindelijk leef ik een vrijer leven.

Oefening ‘Je persoonlijke wetboek’

Koop een kleine notitieboekje dat in je achterzak of handtas past. Dit is belangrijk, zodat je alles op het moment dat het je te binnenschiet kunt opschrijven. Juist buitenshuis kom je vaak in situaties waarvan je even een notitie wilt maken. Ook thuis hou je het boekje in de buurt. Zorg ervoor dat je er altijd een pen bij hebt. Dit boekje is alleen voor jou en niemand hoeft dit te lezen. De opdracht gaat als volgt: onbewust stel je voor jezelf een aantal regels op in het leven. De bedoeling is om elke keer dat je je aan regel moet houden van jezelf, je deze opschrijft. Dan creëer je je eigen wetboek. Schrijf dagelijks je leefregels op en houdt dit 2 weken vol. 

Het doel van deze oefening is om erachter te komen hoe streng je bent voor jezelf. Bij het teruglezen van je persoonlijk wetboek kom je er misschien wel achter dat sommige regels tegenstrijdig zijn. Dus het is soms onmogelijk om je aan al je eigen regels te houden.

3. Stop met vechten met je gedachten.

Herken je dat? Je vindt dat je een bepaalde gedachte niet mag hebben. Of dat je niet negatief mag denken. Hoe harder je probeert het niet te doen, hoe erger het wordt. Want alles wat je aandacht geeft groeit. Het is net als een bal die je onder water probeert te houden. Dit kost energie, al je aandacht is daarop gericht en je mist belangrijke signalen uit de omgeving, doordat je vooral bezig bent met die bal, die je met kracht onderwater moet houden.

Wat gebeurt er als je de bal er laat zijn? Gewoon bij je in het zwembad laat ronddobberen, terwijl jij lekker rondzwemt. Geniet van het water, de omgeving, de inspanning en ga zo maar door. Kost de bal je dan nog energie? Krijgt de bal nog aandacht? Als je de bal los laat, mag hij er zijn. Zo is het ook met gedachten.

Terwijl jij met een bepaalde gedachte vecht, zal het je energie, aandacht en kracht kosten. Laat je de gedachte los, zal de gedachte passeren en zul je er weinig tijd, energie en aandacht aan kwijt zijn. En die energie, kracht en tijd kun je aan iets besteden wat jij belangrijk vindt, namelijk het leven naar je waarden.

4. Wat heb jij er allemaal al aan gedaan om je niet zo te hoeven voelen of om niet zo te denken? 

Vaak vermijden we nare gevoelens. We willen ons alleen maar goed voelen. Echter zijn gevoelens net zo veranderlijk als het weer. Zelfs op de mooiste dag van je leven, heb je niet alleen maar positieve en leuke gevoelens gehad. Denk maar een terug aan de beste prestatie die je ooit hebt geleverd? Of het beste resultaat dat je hebt behaald. Of aan mooiste dag van je leven. Was het alleen maar fantastisch? Alleen maar leuk en plezierig? Als je een topprestatie leverde voelde je vooraf misschien wel lichte tegenzin, zenuwen, gezonde spanning of heel erge spanning. Misschien voelde je je spieren wel verzuren? En had je gedachten over falen, over de consequenties van de uitslag van je wedstrijd?

Als je mooiste dag bijvoorbeeld je bruiloft was, heb je mogelijk nog zorgen gehad over het weer, of iedereen het wel leuk had en of je jurk wel de mooiste was. Ondanks deze gedachten en gevoelens zijn dit toch je beste prestatie en/of de mooiste dag van je leven. Het is een combinatie van emoties en gedachten, positief en minder positief die op een dag langskomen en ondanks dat kan je overall gevoel de mooiste of de beste in je leven zijn.

Alle gevoelens horen er nu eenmaal bij. Het probleem zit hem erin dat wij gevoelens labelen, met goed of slecht… En als een gevoel of gedacht slecht is, dan blijft ons verstand er maar tegen knokken. Het vechten met je gedachten is normaal; je wilt ze niet hebben, ze geven je een slecht gevoel. Je verstand vindt er veel van: ze zijn niet goed voor je, waarom moet je altijd zo negatief denken, dit helpt je niet, zie je nou dat je het niet kan, je bent het niet waard, etc. En van kwaad wordt het misschien steeds erger. Je vergeet bijna dat je ook positieve dingen ervaart, denkt en voelt.

We proberen allemaal van vervelende gevoelens en gedachten af te komen door ze te bestrijden, te vermijden of eraan te ontsnappen.

Welke (controle-)strategieën heb jij gebruikt om je niet ongemakkelijk te hoeven voelen?

Vluchtstrategieën:

1. Verstoppen/ontsnappen

Deze strategie is erop gericht om activiteiten of situaties te vermijden die pijn (kunnen) veroorzaken. Je neemt bij voorbaat al maatregelen in de hoop pijn niet te hoeven ervaren. Je verstop je voor mensen, plekken, situaties of activiteiten die vaak aanleiding geven tot onprettige gedachten of gevoelens of je probeert eraan te ontsnappen. Je stopt bijvoorbeeld met een cursus of zegt een sociale gebeurtenis af om gevoelens van angst te vermijden.

2. Afleiden

Deze afleidingsstrategie is erop gericht om je geachten en gevoelens te verzetten en te doen alsof de pijn of het ongemak er niets is. Je leidt jezelf af van ongewenste gedachten en gevoelens door je aandacht op iets anders te richten. Een voorbeeld: je verveelt je of je voelt je gespannen, dus rook je een sigaret, eet een ijsje of gaat winkelen. Of je maakt je zorgen over een belangrijke  kwestie die op je werk speelt, en kijkt de hele avond tv om er maar niet aan te hoeven denken. Of je gaat extra hard werken of proberen uit alle macht aan iets leuks te denken.

Wat heb je ooit gedaan om jezelf af te leiden? of ‘er niet bij te zijn’? of je gedachten weg te leiden van deze pijnlijke gedachten, gevoelens, sensaties of herinneringen? Zoals bijvoorbeeld: youtuben, scrollen op instagram, gaan sporten, uitgaan, vrienden bellen?

3. Vergetelheid zoeken/verdoven

Deze strategie is erop gericht om pijn en bijkomende emoties niet te hoeven voelen. Je probeert het contact met je gedachten en gevoelens af te snijden door vergetelheid te zoeken of jezelf te verdoven, meestal met medicijnen, drugs of alcohol. Sommige mensen zoeken vergetelheid door buitensporig veel te slapen of door gewoon naar de muur te gaan zitten staren.

Hoe heb je jezelf verdoofd? Door bijvoorbeeld het gebruik van alcohol, medicatie, (te veel) eten, sigaretten of drugs?

    Denkstrategieën:

    Bij deze strategie gebruik je je verstand om onrust/pijn/ongemak te bestrijden of niet te hoeven voelen. “Als ik het maar begrijp is het weg”.

    Welke verschillende denkstrategieën gebruik jij wel eens? Met opzet of per ongeluk toen pijnlijke gedachtes of ongemakkelijke gevoelens opkwamen?

    • Piekeren
    • In het verleden blijven hangen
    • Fantasteren over de toekomst
    • Je inbeelden dat je vertrekt(bijvoorbeeld je baan of partner verlaten)
    • Je inbeelden dat je wraak neemt
    • Bedenken dat ‘het niet eerlijk is dat…’
    • Denken: als het nu maar zo was, dan… Als ik dat heb bereikt, dan…
    • Jezelf de schuld geven
    • Anderen de schuld geven
    • De wereld de schuld geven
    • Logisch met jezelf redeneren
    • Positief tegen jezelf praten
    • Negatief tegen jezelf praten
    • Jezelf analyseren (proberen uit te denken waarom je zo bent)
    • De situatie analyseren (proberen uit te denken waarom iets gebeurd is)
    • Anderen analyseren (proberen uit te denken waarom anderen zo zijn)

    Vechtstrategieën:

    1. Onderdrukken

    Je probeert de ongewenste gedachten en gevoelens direct te onderdrukken. Je dwingt jezelf om niet aan ongewenste dingen te denken, of je stopt je gevoelens zo diep mogelijk weg.

    2. Argumenteren

    Je argumenteert met je eigen gedachten. Krijg je bijvoorbeeld de gedachte dat je een mislukkeling bent, dan ga je ertegenin door tegen jezelf te zeggen: ‘Echt niet, kijk eens naar alles wat ik in mijn werk heb bereikt’. Je kunt ook tegen de realiteit ingaan door te protesteren: ‘Zo zou het niet moeten zijn.’

    3. De baas worden

    Je probeert je gedachten en gevoelens de baas te worden. Je zegt bijvoorbeeld dingen tegen jezelf als: ‘Maak je er niet druk om!’ ‘Kalm blijven!’ ‘Een beetje positiever alsjeblieft!’ Of je probeert jezelf te dwingen om gelukkig te zijn terwijl je dat niet bent.

    4. Jezelf uitschelden

    Je scheldt jezelf uit om je te dwingen je anders te voelen. Je roept dingen tegen jezelf als: ‘Mislukkeling’ ‘Idioot’ ‘Doe niet zo zielig’ ‘Je kunt dit best aan’ ‘Waarom ben je toch zo’n lafaard?!’

    Controle-strategieën zijn heel nuttig zolang je ze gebruikt in situaties waarin het voor je werkt. En het je niet weerhoudt om t doen wat je echt belangrijk vindt. Als het je weerhoudt om te doen wat je echt belangrijk vindt, dan wordt het problematisch.

    Wanneer worden controle-strategieën een probleem?

    • als ze jou veel tijd en energie kosten en op lange termijn niet effectief zijn.
    • als de gedachten en gevoelens waarvan je vanaf probeert te komen zich blijven opdringen.
    • als ze op korte termijn werken, maar op lange termijn een negatief effect hebben op jouw kwaliteit van leven.

    5. Hoe leer je?

    Voordat we verder gaan met het thema vertrouwen is het belangrijk om voor jezelf te weten hoe je leert. Leerstijlen zijn de verschillende manieren waarop mensen van nature leren. De één leert door in rust te lezen en te denken. De ander door actief met de stof bezig te zijn. Veel mensen hebben verschillende leerstijlen tegelijk, of verschillende afhankelijk van het onderwerp.

    NB: Geen enkele leerstijltheorie biedt absolute zekerheid over de manier waarop we leren en er is geen model waarover iedereen het eens is.

    Het model van David Kolb is heel bekend en wordt vaak toegepast.
    – De doener leert al doende. Vraag: wat gebeurt er als?
    Kenmerk voor de doener is de uitvoering (voelen).

    De doener houdt van nieuwe ervaringen en concrete acties, van spanning, crises, competitie en afwisseling.

    – De dromer zoekt persoonlijke betekenisgeving. Vraag: waarom wel of niet?

    Kenmerk voor de dromer is de waarneming (zien en horen).

    De dromer houdt van content die gericht is op het prikkelen van de fantasie. Sfeer en impressie die past bij het onderwerp, persoonlijke verhalen (ooggetuigen, ervaringen) en diversiteit in media.

    – De denker zoekt naar abstracte begripsvorming. Vraag: wat is het?

    Kenmerk voor de denker is de herinnering (denken).

    De denker houdt van modellen en theorieën. Wil graag analyseren van en nadenken, houdt van informatie en ziet graag experts aan het woord. 

    – De beslisser is praktisch georiënteerd. Vraag: hoe werkt het?

    Kenmerk voor de beslisser is de planning (het doen).

    De beslisser houdt van praktisch nut. Theorie wordt verduidelijkt aan de hand van de praktijk, een onderwerp wordt probleemoplossend gepresenteerd; eerst was het zo en nu is het verbeterd. 

    Kolb stelt dat leren een cyclisch proces is, dat in vier fasen onder te verdelen is.

    Iedereen heeft een persoonlijke voorkeur voor de eerste fase: waar zijn of haar leerproces begint; hoe hij/zij het liefst wordt aangesproken.

    Het is handig om te weten wat je voorkeur in leerstijl is. Dit is van belang bij het leren van een nieuwe taak of vaardigheid, in je training en bij het uitzoeken van een instructeur die bij je past.

    Ikzelf weet dat ik pas iets kan als ik het nut ervan zie, ga graag de discussie aan en stel veel vragen om het te kunnen begrijpen. Als ik het begrijp, dan kan ik het. Daarnaast is in het paardrijden het voelen en ervaren heel belangrijk. Elke keer als jij voelt dat iets goed gaat, krijg je bevestiging van hetgeen dat je leert, probeert of uitvoert. Door open te staan voor de ervaring. In je lichaam te keren en te voelen, te ontspannen en de beweging te volgen.

    Om te vertrouwen op je lijf en het vertrouwen te krijgen of te hebben op wat je kunt is het handig om te weten wat jouw voorkeur is in leerstijl. Vertrouwen in je lijf en het kunnen krijg je door te ervaren, doen, te visualiseren(dromen) en te beslissen en dan te reflecteren. Wat ging er goed, wat past er bij mij, waar ligt mijn grens. Is dit een harde grens of kan ik deze grens verleggen en wat gebeurt er dan?

    Tot slot…

    Voor het vergroten van je zelfvertrouwen en om je angst niet in de weg te laten staan van wat jij wilt bereiken kan je verschillende mentale technieken gebruiken. Hieronder vind je er 5 op een rij. 

    Het toepassen

    van mentale technieken

    1. Het begint allemaal bij het stellen van doelen.

    Wat wil je bereiken? Wat is jouw grote droom? Als niets je tegenhoudt en er geen belemmeringen zijn, wat zou je dan het liefst willen bereiken? 

    Nu je weet wat je het liefste wilt bereiken is het goed om te kijken of het realistisch is. Wat is er nodig om dit te bereiken? Wat is de eerste kleine stap? Wanneer wil je dit bereikt hebben? En hoe ga je dit realiseren?

    Je hebt 3  soorten doelen: 

    • Resultaatdoelen: Dit zijn altijd doelen ten opzichte van een ander, zoals: winnen, goudenmedaille, top 3.
    • Prestatiedoelen zijn doelen ten opzichte van jezelf. Dus een PR, of hogere punten rijden dan de vorige keer.
    • Procesdoelen zijn de hoe-doelen. Wat is ervoor nodig om het PR te behalen of om winst te rijden? Wat is ervoor nodig om het NK te winnen? Wat moet jij doen om het te bereiken?

     Stel je doelen positief, haalbaar en maak ze concreet!

    2. De tweede mentale techniek is focus.

    Hiervoor is het stellen van een realistische doel, dat haalbaar is belangrijk. Je kunt elke dag op je paard stappen, maar zonder plan en doel kun je uren in de rijbaan rijden en geen of weinig stappen verder komen. Door jezelf een duidelijk en concreet doel te stellen, creëer je focus. Je aandacht richt zich om je doel.

    Als je afgeleid raakt ga je terug naar je taak. Dit is natuurlijk makkelijker dan gezegd. Echter ook heel trainbaar. Je kunt je aandacht en focus trainen. Je begint met simpele oefeningen en bouwt het uit naar moeilijkere taken, past ze dan doe op momenten waarin je interne of externe afleidingen het grootst zijn. Zoals op een belangrijke wedstrijd of ander prestatie moment.

    3. De juiste spanning

    Wat is je optimale prestatie staat? Hoe kom je erin? en hoe zorg je dat je je herpakt als je eruit valt? Hoe verhoudt training en rust zich? Voor je paard, maar ook zeker voor jezelf. Wat is de juiste voeding in de training en vooraf aan een wedstrijd? Hoe zorg je voor de juiste spierspanning en het ontspanning als de spanning te hoog is, op momenten dat de prestatiedruk heel hoog is.

    Spanning is niet slecht. Het zorgt ervoor dat je scherp staat. Klaar bent om te gaan presteren.

    4. Zie, voel, ervaar!

    Bij een goede visualisatie gebruik je al je zintuigen. Je beeld je proef, kür, manoeuvre of parcours in. Het mooie is dat je hersens ook bij een visualisatie al signalen naar je spieren toe sturen. Dus ook al zit je gewoon op een stoel, train jij gewoon je coördinatie, leer je een nieuwe routine of herstel je sneller van een blessure.

    5. De juiste mindset

    Stuur je gedachten en train je mind! Alle hierboven genoemde technieken leren je om in de juiste state of mind te komen om te gaan presteren.

    Foutje gevonden? Meld het ons!

    Wil jij de gratis video

    Weg met de Wedstrijdstress ontvangen?

    en ontvang dan meteen mijn tips & tricks als eerste!

    PS. ik beloof je geen SPAM te sturen. Check hier mijn privacyverklaring